Leren zwemmen, hoe lang duurt dat eigenlijk?

Als een baby wordt geboren gaat het meteen aan de slag met het oefenen van de motoriek. Grijpen met de handen, het hoofd draaien enzovoorts. Later gaat het rollen, tijgeren, kruipen, zitten, staan en lopen. In een jaar tijd leert je kind enorm veel vaardigheden die leiden tot het bestaan op twee benen. Wanneer het lopen, na heel veel vallen en opstaan gelukt is, zijn de ouders enorm trots. Ja, je kind loopt vanaf jou naar de bank of je partner. Uren en uren lang heeft je kind geoefend. Vele malen draaien, kruipen en proberen te gaan staan hebben geleid tot dit fantastische resultaat. Het zit in de natuur van het kind om zich voort te bewegen en te willen ontdekken wat het allemaal kan. Als het eenmaal goed kan lopen heeft het kind al heel veel arbeid verzet. Nu is het tijd voor andere manieren van bewegen. Klimmen en klauteren, springen en misschien wel een koprol. Spelenderwijs ontwikkelt je kind steeds meer. Het moment van leren fietsen is aangekomen. Eerst een loopfiets misschien, dan een fiets met zijwielen. Ook dit zal met vallen en opstaan groeien naar zelfstandig fietsen.

Dit is het moment waarop zwemles in zicht komt. Motorisch heeft je zoon of dochter, nu ongeveer vijf jaar, zich ontwikkeld naar een kind dat zich bewust is van het lichaam. Armen en benen, daar kan ik wat mee! Alles op het droge kan ik met mijn armen en benen, fietsen, rennen, sleeen, zelfs skien! De eerste zwemles is aangebroken, met een vestje dat het kind boven water houdt gaan we het water in. De meeste kinderen zijn nog nauwelijks in het water geweest, hebben geen idee hoe armen en benen maar vooral ook handen en voeten gebruikt moeten worden in het water. Het kost kinderen een behoorlijke tijd om te ervaren, te vóelen wat het effect is van hun bewegingen in het water. Ze hebben al heel snel door dat wanneer ze niet bewegen ze maar een beetje ronddobberen. Ze zijn gewend om verticaal te zijn. Hoofd boven en voeten beneden. Nu verwacht een juf ineens dat ik op mijn rug of op mijn buik ga liggen, dat is vreemd! Deze fase wordt de gewenningsfase, of de watervrij fase genoemd. Het kan zo zijn dat je kind daar al vijf lessen voor nodig heeft. In de eerste lessen wordt geoefend hoe het water reageert op lichaamsbewegingen. Water kan je met je handen en voeten wegduwen, de reactie is dan dat je zelf verplaatst. In deze fase leert het kind ook eventuele angsten onder ogen zien en  oefent het op zijn of haar eigen tempo om over de angst heen te komen. Kinderen die thuis met douchen van streek raken als er water in het gezicht krijgen hebben een langere weg te gaan dan kinderen die zonder moeite hun hoofd onder water doen en in de badkuip naar visjes zoeken. Net zoals de kleine stapjes van draaien naar lopen nemen we ook kleine stapjes van niet kunnen zwemmen naar kunnen zwemmen met zelfvertrouwen in veiligheid. Samen oefenen we steeds weer tot het zelfvertrouwen groeit en het leren vanzelf gaat.

Het duurt ongeveer 50 tot 55 uur (van zestig minuten) om het A ( Aanvang) diploma te halen.
De diploma’s B (Basis) en C (Compleet) zijn in veel minder uren te behalen, het draait dan vooral om uithoudingsvermogen en techniekverbetering.
Bij 1 les van 1 uur in de week duurt het dus ongeveer een jaar voordat een kind kan zwemmen.
Bij Zwemmen met Imke oefenen we anderhalf uur per keer met de voorkeur twee keer per week. Door veel te herhalen worden de vaardigheden eerder een automatisme. Kinderen die angstig zijn of moeite hebben met het leren zwemmen krijgen iedere les weer veel voorbeelden te zien van kinderen die wél het water inspringen en wél de ring van de bodem opduiken, hoe vaker ze het zien hoe meer ze uitgedaagd worden zelf ook een stapje verder te gaan.

Wat kun je thuis doen?

Voor aanvang van de zwemlessen:

  • Bewegen, hoe dat maakt niet uit. Wandelen, klimmen, steppen, skieen,  fietsen, hinkelen. Alles helpt de motorische vaardigheden van je kind te vergroten en het leren zwemmen te vergemakkelijken.
  • In het water zijn. Dat begint al in de douche. Oefenen met water in het gezicht, haren wassen zonder zeep, oren wassen, neus wassen, bellen blazen. Naar het zwembad gaan. Het liefst met een zwemvestje en niet met vleugels. Met vleugels hangen kinderen verticaal en met het vestje kun je ze uitdagen om eens op de rug te gaan liggen en heel harde spetters te maken. Ga zelf ook vooral met je hoofd onder water, ben het goede voorbeeld!

Tijdens de zwemlessen:

  • De woorden angst en bang vermijden. Iets kan heel spannend zijn, maar toch wel heel leuk! Een kind dat water in het gezicht eng vindt zal het niet willen proberen, vindt een kind het spannend dan misschien wel! Weet je nog toen we in het donker van de buren naar huis liepen? Dat was spannend en ook leuk! Je hebt zelf vast voorbeelden die voor jullie als gezin gelden.
  • Vermijd druk. Net zoals je alle geduld had toen je kind leerde kruipen en lopen zo is dat ook nu weer van belang. Daag uit, ben nieuwsgierig maar wordt niet boos als je zoon of dochter het erg lastig vind. Vergelijk kinderen uit hetzelfde gezin niet met elkaar. De oudste was misschien een held in het water, de jongste is creatief of heel behulpzaam. Het zijn allemaal individuen.

Na de zwemlessen

  • Wat goed! Gefeliciteerd, je zoon of dochter heet nu leren zwemmen. Het A diploma staat garant voor veilig zwemmen in een overzichtelijk zwembad dat niet te groot is. Blijf zwemmen, het is zonde als hij de vaardigheden weer verleert! Het advies is om het hele ABC af te maken. Dan kan je kind veilig van de moeilijke glijbanen, is het geen probleem om ergens onderdoor te zwemmen en klimt het met gemak op een vlot. Veel  drukte in het zwembad is niet erg, hij of zij kan in alle veiligheid anticiperen op dat wat er om hem heen gebeurt. Je zoon of dochter kan in bergmeren zwemmen en weet hoe er op onverwachte situaties gereageerd kan worden.